sub 1

MEva4 / 2.5-12j
P1
  • Opnames via een platform

  • Aanwezige mediamiddelen in de klas (computer, gsm van de leraar, klok, horloge, ...) gebruiken.

  • Door (digitale) afbeeldingen en prenten te gebruiken bij een vertelling ervaren dat er een andere interactie ontstaat met de luisteraar.

K1
  • Opnames via een platform

  • Aanwezige mediamiddelen in de klas (computer, gsm van de leraar, klok, horloge, ...) gebruiken.

  • Door (digitale) afbeeldingen en prenten te gebruiken bij een vertelling ervaren dat er een andere interactie ontstaat met de luisteraar.

K2
  • Opnames via een platform

  • Aanwezige mediamiddelen in de klas (computer, gsm van de leraar, klok, horloge, ...) gebruiken.

  • Door (digitale) afbeeldingen en prenten te gebruiken bij een vertelling ervaren dat er een andere interactie ontstaat met de luisteraar.

K3
  • Opnames via een platform

  • Aanwezige mediamiddelen in de klas (computer, gsm van de leraar, klok, horloge, ...) gebruiken.

  • Door (digitale) afbeeldingen en prenten te gebruiken bij een vertelling ervaren dat er een andere interactie ontstaat met de luisteraar.

1lj
  • Opnames via een platform

  • Aanwezige mediamiddelen in de klas (computer, gsm van de leraar, klok, horloge, ...) gebruiken.

  • Door (digitale) afbeeldingen en prenten te gebruiken bij een vertelling ervaren dat er een andere interactie ontstaat met de luisteraar.

2lj
  • Opnames via een platform

  • Aanwezige mediamiddelen in de klas (computer, gsm van de leraar, klok, horloge, ...) gebruiken.

  • Door (digitale) afbeeldingen en prenten te gebruiken bij een vertelling ervaren dat er een andere interactie ontstaat met de luisteraar.

3lj
  • Opnames via een platform

  • Aanwezige mediamiddelen in de klas (computer, gsm van de leraar, klok, horloge, ...) gebruiken.

  • Door (digitale) afbeeldingen en prenten te gebruiken bij een vertelling ervaren dat er een andere interactie ontstaat met de luisteraar.

4lj
  • Opnames via een platform

  • Aanwezige mediamiddelen in de klas (computer, gsm van de leraar, klok, horloge, ...) gebruiken.

  • Door (digitale) afbeeldingen en prenten te gebruiken bij een vertelling ervaren dat er een andere interactie ontstaat met de luisteraar.

5lj
  • Opnames via een platform

  • Aanwezige mediamiddelen in de klas (computer, gsm van de leraar, klok, horloge, ...) gebruiken.

  • Door (digitale) afbeeldingen en prenten te gebruiken bij een vertelling ervaren dat er een andere interactie ontstaat met de luisteraar.

6lj
  • Opnames via een platform

  • Aanwezige mediamiddelen in de klas (computer, gsm van de leraar, klok, horloge, ...) gebruiken.

  • Door (digitale) afbeeldingen en prenten te gebruiken bij een vertelling ervaren dat er een andere interactie ontstaat met de luisteraar.